Geschiedenis
Na jaren van sloop en sanering gaan vanaf de late jaren zestig buurtbewoners zich actief bezighouden met hun woonomgeving. In 1974 wordt het Wijk C Komitee opgericht dat zich inzette voor behoud en herstel van Wijk C als woonbuurt. De gemeente kreeg hierdoor een geduchte tegenstander waardoor niet langer allerlei (sloop)plannen zonder meer uitgevoerd konden worden. Om haar acties voor de strijd en het behoud van de wijk te ondersteunen heeft het Wijk C Komitee foto’s en ander materiaal verzameld. Dit materiaal werd onder andere gebruikt in publicaties, bij reünies en fototentoonstellingen.
In 1983 werd het buurthuis in de wijk geopend en daar werd het opgebouwde archief ondergebracht. Een groepje bewoners was in die tijd elke donderdagavond bezig met de foto’s te catalogiseren en beschrijven. Het opbergen gebeurde toen nog in mappen en dozen. Het buurthuis ging door met verzamelen en gebruikte de fotocollectie als middel om educatieve en emancipatoire activiteiten voor buurtbewoners te organiseren. Af en toe werden er ook langer lopende fototentoonstellingen gemaakt. De reacties waren altijd zeer positief te noemen en er kwam een stroom nieuwe foto’s binnen.
Op 15 mei 1993 is de Stichting Volksbuurtmuseum Wijk C opgericht en werd de collectie eigendom van het museum. De Stichting werd opgericht om de collectie veilig te stellen en om los van gemeentelijke welzijnsinstellingen een eigen beleid en eigen activiteiten te kunnen ontwikkelen. Het risico dat de welzijnsinstelling zou ophouden te bestaan, met alle gevolgen van dien voor de collectie, was te groot. Vanaf die periode werden er ook objecten verzameld. Belangrijkste doelstelling was: het vastleggen van de geschiedenis van deze, ooit, roemruchte wijk voor het nageslacht. Dit omdat niemand anders zich daarmee bezig hield en deze geschiedenis dus verloren dreigde te gaan. Het vastleggen van deze geschiedenis moest leiden tot een serieuze herwaardering van een grote groep Utrechters. Het negatieve stigma dat op de volkswijk en haar bewoners kleefde (en nog kleeft) vroeg (en vraagt) om extra aandacht voor alle positieve zaken die ook aanwezig waren maar blijkbaar vergeten zijn. Op deze wijze ontstaat er een realistischer beeld van de volksbuurt.
Al in het tweede jaar van ons bestaan ontvingen we een structurele subsidie van de gemeente waardoor we onder andere een part-time beroepskracht konden aanstellen. De eerste acht jaren was het museum alleen op de eerste zaterdag van de maand geopend. Voor elke openstelling werd een aparte fototentoonstelling gemaakt die slechts één dag kon blijven staan. Het buurthuis had de ruimte immers weer nodig. Deze zaterdagen werden zeer druk bezocht. Ruim 150 mensen die tussen 10.00 en 15.00 uur langskwamen was geen uitzondering. Hierdoor namen niet alleen de aanwinsten toe maar werd er ook druk gebruik gemaakt van de mogelijkheid om foto’s na te bestellen.
Ruim twee jaar terug werd het buurthuis wegbezuinigd en kreeg het museum de kans het hele gebouw te huren. Met deze uitbreiding was de voltallige gemeenteraad eens en ondersteunden de aanvraag voor extra subsidie. Sindsdien is er hard gewerkt om het gebouw aan te passen, op te knappen en opnieuw in te richten. Hier zijn we eigenlijk nog steeds mee bezig. Elke keer weer een stukje verbeteren en aantrekkelijker inrichten. Het leuke is dat veel bezoekers deze veranderingen meemaken en ons complimenteren. ‘Het wordt net een museum’ is een veelgehoorde uitlating. Wat daar allemaal nog meer bij komt kijken ziet men als gewone bezoeker niet.
Net een museum
We hebben in het verleden als eens eerder geschreven over wat er allemaal bij komt kijken voordat je jezelf een museum mag noemen. Hoewel 'museum' geen beschermde titel is en iedereen met een of andere verzameling zichzelf museum kan noemen, willen wij het toch wat serieuzer aanpakken. De nu volgende internationale definitie dient hierbij als grondbeginsel voor de doelstelling van het museum.
- Een museum is een permanente instelling in dienst van de gemeenschap en haar ontwikkeling, niet gericht op het maken van winst, die de getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, registreert, documenteert en wetenschappelijk onderzoekt, behoudt en presenteert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.
Verwerven
Een museum zonder collectie is natuurljk geen museum. We begonnen ooit met ca. 1500 foto’s, een krantenknipselarchief en wat videobeelden. Inmiddels is deze collectie uitgegroeid naar ca. 10.000 foto’s, honderden krantenknipsels, bijna 2300 objecten (honderden kadastrale kaarten, een bescheiden bibliotheek, 230 geluidsbanden met interviews, diverse filmbeelden, tientallen schilderijen en prenten, ca. 16 meter divers documentatiemateriaal, ca. 6 meter archief Wijk C Komitee en twee winkelinterieurs.
Registreren
Elk object dat zich binnen de muren bevindt dient men te registreren of zo men wil te ontsluiten. Dit is van wezenlijk belang want zonder een goede registratie vindt je nooit meer iets terug. Hier kunnen we verder kort over zijn want bijna alles is al geregistreerd, gescand, gefotografeerd en in de computer ingevoerd. Dit houdt in dat alle objecten zijn beschreven, opgemeten en voorzien van een uniek inventarisnummer, dat alle foto's zijn beschreven en er een uitgebreid doorzoekbaar digitaal archief is.
Documenteren en onderzoek
Natuurlijk proberen we zoveel mogelijk te weten te komen over de objecten die we in huis hebben. Echt wetenschappelijk onderzoek hebben we nog niet kunnen doen. Voor dit soort onderzoek zijn we nog op zoek naar deskundige vrijwilligers. Wel wordt er regelmatig onderzoek gedaan in het Utrechts Archief. De uitkomsten van dit soort onderzoek vindt u vaak terug in de Nieuwsbrief in de vorm van achtergrondartikelen.
Behouden
Wie een collectie heeft en zichzelf museum wil noemen neemt de verplichting op zich deze collectie goed te beheren. Dat wil eigenlijk zeggen onder de juiste klimatologische omstandigheden. Ook de aanwezige lichtsterkte en UV straling zijn van wezenlijk belang voor het behoud van de collectie. In de expositieruimtes is het daarom af en toe wat donkerder. In de, inmiddels, drie afzonderlijke depotruimtes die we hebben gecreëerd, kunnen we vanaf volgend jaar aparte be- en ontvochtigers plaatsen zodat de luchtvochtigheid beheersbaar is. Er zijn aparte depots voor houten en metalen objecten en er is een gemengd depot waar papier, textiel, glas en aardewerk wordt bewaard. Deze depots zijn inpandig dus uitstekend voor dit doel te gebruiken. Om het klimaat te kunnen controleren meten we nu met twee thermohygrografen wekelijks in de verschillende ruimtes. Vanaf volgend jaar willen we overstappen op een gedigitaliseerd systeem waarbij alle ruimtes van een vaste meter worden voorzien.
Presenteren
Het deel dat zichtbaar is voor het publiek middels tentoonstellingen en publicaties valt onder het kopje presenteren. Hadden we de eerste acht jaar elf verschillende tentoonstellingen per jaar nu is dat gehalveerd. Er wordt veel meer aandacht en tijd geschonken aan de uitwerking ervan en dan is het al gauw zonde om de expositie maar een maand te laten staan. Op deze manier kunnen natuurlijk ook meer mensen kennis nemen van onze collectie. Vaak gebeurt het dat men dan ook even een kijkje neemt in het kantoor waar gewerkt wordt, de deur staat immers altijd open. Eigenlijk houden we continu open huis.
- Naast al deze taken hebben we natuurlijk ook nog de zorg voor de organisatie. Zo verzorgen we bijvoorbeeld zelf onze boekhouding, publiciteit, houden de donateursbestanden bij, is er personeel in dienst en moeten vrijwilligers begeleid worden. Het is slechts een greep uit de vele werkzaamheden die voornamelijk achter de schermen gedaan worden en die bijelkaar er toe leiden dat we ons met recht Museum kunnen noemen!
Bron: Nieuwsbrief nr. 40, december 2003
