Algemeen
De Stichting Volksbuurtmuseum Wijk C heeft besloten verder te gaan als Nederlands Volksbuurtmuseum. Vanaf 2009 heeft het museum plannen gemaakt om deze transitie in gang te zetten. Dit jaar werd de naamswijziging daadwerkelijk van kracht met o.a. de opening van twee gloednieuwe presentatieonderdelen.
Hoe werkt het museum aan de transitie?
In 2010 heeft het Volksbuurtmuseum ongeveer 325 duizend euro uit fondsen verkregen. Hiermee zijn tal van veranderingen in gang gezet:
- op 24 juni 2011 heropende het museum haar deuren met twee gloednieuwe vaste presentatieonderdelen: ‘De Steeg’ en de ‘Multimedia’;
- er is een nieuw logo en een nieuwe huisstijl;
- er is een nieuwe website, waar op termijn de doorzoekbare kerncollectie te zien zal zijn;
- er is een animatie over het ontstaan van Wijk C;
- er is een conceptplan educatie, dat zijn vruchten al heeft afgeworpen. De target om 30 klassen in 2011 te bereiken is inmiddels gehaald! De reacties van de scholen zijn zeer positief. Het museum doet inmiddels mee aan het project ‘Museum voor de klas Family’ in Utrecht en zijn er museumlessen op school in de maak. Verder is het museum actief op het gebied van educatieve projecten rondom tijdelijke tentoonstellingen. In het najaar van 2011 wordt dit omgezet in een definitief plan;
- het museum is zeer actief in het zoeken naar samenwerking met andere musea en diverse organisaties en zal zich inzetten voor MINOM (International Movement for a New Museology) van het ICOM.
Maar het museum wil verder. De optelsom van inhoudelijke aspecten, verschillende sferen en diverse presentatievormen is nodig om de gestelde doelen te bereiken. In het geheel van de transitie ontbreekt nog een historisch verantwoorde centrale presentatie die in feite alle losse onderdelen aan elkaar verbind. Dat is de aanleiding voor het opstellen van dit projectplan.
Een andere aanleiding voor een aanvraag is gelegen in de doelgroepen. Het museum wil zich naast schoolklassen ook meer richten op de groep tussen de 30 en 50 jaar met een speciale focus op 20-30-jarigen. Ook hiervoor is een, meer op deze doelgroep afgestemde, historische presentatie met inzet van moderne media nodig.
